• Prehistorische kunst

Zowel in de Sahara als elders  heeft de mens sporen van zijn aanwezigheid nagelaten. Factoren zoals de klimatologische en ecologische veranderingen, invasies van vreemde volkeren en culturele ontwikkeling van het land hebben ertoe geleid dat de bewoners een uitzonderlijk erfgoed hebben nagelaten. Ongeveer 6000 tot 7000 jaar geleden, aan het begin van het Neolithicum was een ​​tocht door de Sahara bijna te vergelijken met een eigentijdse safari door de dierentuin. Giraffen, struisvogels, olifanten, neushoorns, buffels, leeuwen, luipaarden en veel meer soorten zwierven in de savannes en bossen.  

 

Volgens de Vereniging van Vrienden van de Sahara betekent Rotskunst "gravures en schilderijen, uit prehistorische of historische tijdperken, uitgevoerd op rotsen."  Rotskunst is een bron van belangrijke informatie om te proberen achterhalen hoe mensen in een bepaald tijdperk geleefd hebben.

 

Henri Lhote was de eerste pre-historicus die de rotskunst bestudeerde in Tassili n'Ajjer. Zelfs als zijn indeling van rotskunst in een aantal belangrijke periodes in twijfel getrokken wordt, is het nog steeds deze classificatie waar de wetenschappelijke wereld naar verwijst.

 

 

Er zijn grofweg vijf grote periodes van artistieke voorstellingen: 

 

  • De bubaline periode (gravures van wilde dieren): dit is de vroegste periode, de periode van het hartenbeest, een soort wilde os. Aangezien het hartenbeest ongeveer 6000 jaar geleden verdween, wordt aangenomen dat sommige van deze gravures teruggaan tot 8000 jaar en de oudste zelfs tot meer dan 10 000 jaar. De meeste oude gravures stellen gewoonlijk wilde dieren voor zoals olifanten, giraffen, neushoorns, hartenbeest, ossen ... De mens verschijnt zelden op de afbeeldingen. De eerste tekeningen werden gegraveerd met stenen.
  • de periode van de Ronde Hoofden (tekeningen met personages met ronde hoofden) van 6500 v.C tot 4000 v.C. De tekeningen van deze periode spelen een belangrijke rol in de tekeningen van de Tassili n'Ajjer. Men is niet helemaal zeker van deze periode, maar men denkt dat ze begonnen is 10 000 jaar v.C.en geëindigd rond 5500 v.C. Volgens Henri Lhote (1903-1991) zouden de tekeningen  gemaakt zijn tussen 6000 en 4000 v.C. De mens verschijnt in bijna alle tekeningen. De mens leefde niet alleen van de jacht en het oogsten, maar hij probeerde ook dieren te fokken. Merk op dat sommige mensen negroïde trekken hebben. Als fauna vindt men nog steeds olifanten, giraffen en wilde runderen op de tekeningen. Er zijn verschillende stadia in deze periode. Dit is ook de periode waarin grote figuren voorkomen als Jabbaren (6m) en Sefar (3,5 m) .
  • De periode van de veeteelt (herderscènes) vanaf 4000 v.C. tot 1500 v.C. Deze periode wordt gekenmerkt door een dubbel gebruik van de gravures en tekeningen. Dit is de periode waarin veeteelt wordt gedaan, de periode van de herders. Het negroïde type is nog steeds aanwezig, maar er verschijnen ook andere types. Deze periode begint ongeveer in het midden van het  6e millennium. Vanaf het 4de millennium ziet men een aanpassing van de flora aan de opkomende droogte. De meeste artistieke tekeningen dateren uit deze periode. We zien schilderijen met spelende kinderen, dansende, pratende mensen of zelfs jagers. Vanaf ongeveer 1000 jaar voor onze jaartelling,  verschijnen de kuddes ossen niet  of nauwelijks meer op de tekeningen.
  • De caballine periode (scènes met paarden en karren) 1500 v.C. tot het jaar 0. In het midden van de 2e millennium zien we de introductie van het paard, wat betekent dat deze periode vochtiger was na een drogere periode. We zien het paard aangespannen aan een ​​kar, de personages zijn meestal krijgers of jagers. De kuddes blijven, maar de ossen maken plaats voor geiten en schapen.
  • De cameline periode (scènes van kamelen) vanaf het jaar 0. gekenmerkt door de introductie van de kameel en wordt geassocieerd met toenemende droogte. De dromedaris, woestijndier bij uitstek bevindt zich op de wanden van alle regio’s van de Sahara.

In de Sahara zijn er ook pijlpunten en harpoenen terug te vinden die duizenden jaren oud zijn en werden gemaakt door jagers en nomaden uit stenen, kwarts en verschillende edelstenen. Ze werden gebruikt om olifanten, nijlpaarden, antilopen en struisvogels te doden.